Voeballuh!
“Nul-nul!” riep ik na de eerste vijf minuten van de wedstrijd. De rest van de heren had daar een ander idee over. De 100 minuten die daarop volgden bestonden met name uit het schreeuwen naar het beeldscherm. Met name het woord “deksels” kwam vaak langs, maar dat kwam vooral door Evert ten Napel, die die term regelmatig gebruikte om de spits van Argentinië te beschrijven.
Soms riep ik ook wat. “Lummel!” bijvoorbeeld, wanneer Kuyt de bal weer eens niet goed wist aan te nemen. Dan schrok ik van mezelf, omdat ik dacht dat ik mijn vader hoorde praten. Jeetje. Ik lijk op mijn vader. Opeens begrijp ik waarom hij vroeger voetbal keek en waarom hij dan af en toe zo’n kreet slaakte.
Goed, nul - nul werd het. Had ik nou maar meegedaan aan de pool.
Reacties
Maar waarom schreeuwde je een half uur na de wedstrijd nog zo? Of een kwartier na de wedstrijd maar dan ook tijdens de rust? ;-)
Tijdens de rust werd er ook geschreeuwd. Of in ieder geval gemopperd. Maar je hebt gelijk, zoveel blessuretijd was er niet: ik maak er 100 minuten van. :)