Lachen man
Luisterend naar “Dat dan weer wel” van Hans Teeuwen, bedenk ik me dat het eigenlijk best lastig is voor een komiek om mij hardop te laten lachen. Vaak blijft het bij een grinnik of een bedaard lachje – uitbundig lachen of schateren gebeurt eigenlijk niet. Laat staan dat ik de slappe lach zou krijgen. Jammer, want lachen is gezond.
Natuurlijk heeft het ook te maken met de omgeving: de ene keer dat ik Teeuwen in de Leidsche Schouwburg heb gezien, heb ik onder mijn stoel gelegen van het lachen. Het was zelfs zo erg, dat ik de volgende dag spierpijn had in mijn buik. Maar dat was maar één keer in de hele show èn live.
Daarnaast hangt het natuurlijk ook af van de komiek in kwestie. Teeuwen, Finkers of de Vliegende Panters hebben veel meer kans om mij aan het lachen te krijgen dan een De Jonge of Van ‘t Hek. Mijn humorsmaak neigt dus naar het absurdistische: iets wat volgens mij een steeds populairdere vorm van cabaret aan het worden is.
Ik blijf dus wachten op de volgende keer dat ik de slappe lach krijg. ‘k Ben nu al benieuwd wat daarvan de aanleiding zal zijn!
Reacties
Ik denk dat ik de aanleiding ben voor jouw volgende slappe lach.
Ik ben namelijk heel grappig.
Kijk maar!
(..)
Pas je op voor je hoofd bij het opstaan?
Hihi!
( ·)(· )
(zijn dat mijn borsten?)
Uhm, nou, nee. ‘t Zijn twee scheel-kijkende ogen, eigenlijk… :-)
Je moet je er gewoon aan toegeven… anders gebeurt het niet.