Kanis
Gisteren repeteerde ik met Kanis. Ik val eenmalig in voor hun vaste drummer die vakantie viert in de Dominicaanse Republiek. We moesten drie liedjes doornemen voor het radio-optreden van komende zaterdag. Ik kende de liedjes al van het ceedeetje dat ze reeds gefabriceerd hebben, waardoor het spelen zeer gesmeerd verliep.
De frontman van het bandje, Jan Kanis, is wat je noemt een rasmuzikant. Vloeiend op gitaar, toetsen en zang, met een vrachtwagen vol ervaring. Geboeid luisterde ik naar zijn verhalen over het spelen in bandjes bij het drinken van sterke koffie. Hij vertelde over zijn periode dat hij in een coverband-voor-feesten-en-partijen zat en gedurende twee jaar zo’n 25 optredens per maand (!) verzorgde. Over de grote hoeveelheid bagger gespeeld werd door amateurs die desondanks duizenden (toen nog) guldens per optreden vingen. Over de stress en de frustratie van de regelneef zijn. Maar vooral over het genot van muziek maken.
Na de koffie namen we de drie liedjes nog ‘ns door en noemden het vervolgens een dag. Voor het resultaat stemt u allen uw radio op 2 af, aankomende zaterdag tussen 4 en 6.