De wat?

neg (de; neggen; neggetje, negje)

  1. zelfkant van weefsels
  2. (techniek) scherpe kant
  3. terugspringende kant van een muur bij de kozijnen

Goh. Goed voor je vocabulaire, bakkeleien met bouwinspecteuren, schoonheidscommissies en andere vergunningverstrekkers.

14 August 2008 | Life, Taal | 2 reacties


Reacties

  1. 1 karin r. 14 August 2008, 09:01

    het klinkt als …

    ‘ga even ergens anders zitten neggen!’

    zoals ruwe, platte dialect ofzo. :-)

  2. 2 jeroen 14 August 2008, 09:05

    Ik moest denken aan die oude schipper in Jiskefet: “En dan rakten ze de neug, dan ging je zo met de nagel van je pink onder je ooglid.” (zie Youtube)

Commenting is not available in this weblog entry.