Als ik de stad in fiets,

Als ik de stad in fiets, kom ik altijd langs café Wessels. Regelmatig zitten daar op het terras 2 zonderlinge figuren, beide in een zwart pak, met wit overhemd en zwarte stropdas, zwarte hoed en zwarte zonnebril. De één zit met zijn handen in zijn nek, achterover geleund, de ander heeft zijn benen over elkaar. Elke keer als ik er langs fiets, schrik ik een klein beetje. Het zijn namelijk levensechte, levensgrote en levenloze beelden van de Blues Brothers.

9 July 2001 | Dump